ECLI:NL:RVS:2025:258
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige grensdetentie in Justitieel Complex Schiphol
De vreemdeling werd op 21 november 2024 vanuit Casablanca op Schiphol aangekomen en op 22 november 2024 in grensdetentie geplaatst in het Justitieel Complex Schiphol (JCS). De rechtbank oordeelde op 11 december 2024 dat de detentie onrechtmatig was vanwege de detentieomstandigheden en het ontbreken van een effectieve klachtprocedure, en kende schadevergoeding toe.
De minister van Asiel en Migratie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State onderzocht of het JCS kan worden aangemerkt als een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie in de zin van artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn, mede aan de hand van het arrest Landkreis Gifhorn van het Hof van Justitie. De Raad concludeerde dat ondanks de hoge instroom en personeelscapaciteitstekort, het JCS voldoet aan de criteria van een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie.
De Raad benadrukte dat vreemdelingen strikt gescheiden worden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden, dat de detentieregels verschillen en dat het personeel specifieke opleiding ontvangt. De beperkingen in detentieomstandigheden waren weliswaar strenger dan normaal, maar niet verdergaand dan strikt noodzakelijk. De klachtprocedure en individuele tenuitvoerlegging van het regime vallen buiten de toetsingsbevoegdheid van de bestuursrechter.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond; de grensdetentie in het JCS is niet onrechtmatig.