ECLI:NL:RVS:2024:628
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bestemmingsplan en last onder dwangsom voor ventilatiepijp en shisha-lounge in Leiden
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden legde op 27 juni 2019 aan appellant A (huurder) en appellant B (eigenaar) een last onder dwangsom op wegens het plaatsen van een ventilatiepijp zonder omgevingsvergunning en het gebruik van het pand als shisha-lounge, wat strijdig is met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze handhavingsbesluiten ongegrond.
Appellanten stelden onder meer dat het gebruik van het pand niet was gewijzigd ten opzichte van het overgangsrechtelijk beschermde gebruik als koffiehuis, dat de ventilatiepijp onder bouwovergangsrecht viel, en dat appellant B niet als overtreder kon worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het gebruik niet was gewijzigd, dat voor de ventilatiepijp een omgevingsvergunning vereist blijft ondanks overgangsrecht, en dat appellant B als eigenaar verantwoordelijk is voor het in stand houden van de overtreding.
Verder wees de Raad van State het betoog af dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege inkomensverlies, en bevestigde dat het college geen concreet zicht op legalisatie had. Ook werd het betoog dat de last te ruim zou zijn niet inhoudelijk behandeld omdat dit niet eerder was aangevoerd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en verklaart het hoger beroep ongegrond.