Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen
allebei uit [plaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
ten tijdevan de peildatum sprake was van woongebruik op de begane grond. In tegenstelling tot het standpunt dat het college op de zitting heeft ingenomen, namelijk dat gekeken moet worden naar de situatie op de peildatum, geldt dat alleen de situatie ten tijde van de peildatum ter zake doet. [7]
Impliciete vrijstelling
de garage bij de woning betrekken en dus veranderen in een woonbestemming’. Dit wordt volgens eisers nog eens bevestigd door een e-mail van 3 januari 2025 van een medewerker van Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) aan eisers over het intrekken van een huisnummerbesluit. In het e-mailbericht staat dat naar aanleiding van de aangeleverde tekeningen bij de aanvraag is geconstateerd dat de begane grond niet langer als garage/bedrijfsruimte maar als verblijfsobject zal worden gebruikt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.S.N. van Ooijen griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.