ECLI:NL:RVS:2024:5265
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking doctorsgraad wegens schending wetenschappelijke integriteit bij promotieonderzoek
Appellant begon in 2013 zijn promotieonderzoek aan Wageningen University en promoveerde in 2017. In 2018 werd via een klacht vastgesteld dat appellant in meerdere hoofdstukken van zijn proefschrift data had gefingeerd en gefalsificeerd, wat leidde tot een advies tot intrekking van de doctorsgraad. Het college voor promoties trok in 2019 de graad in, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Uit diverse deskundigenrapporten blijkt dat appellant relevante verschillen tussen gebruikte data en originele bronnen niet heeft verantwoord, waarmee hij de wetenschappelijke integriteit heeft geschonden. Het ontbreken van een expliciete wettelijke intrekkingsbevoegdheid staat dit niet in de weg.
De Afdeling oordeelt dat appellant niet op grond van het vertrouwensbeginsel mocht verwachten zijn graad te behouden, dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en dat zijn verdedigingsrechten niet wezenlijk zijn geschonden. De belangen van de wetenschap wegen zwaarder dan die van appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de doctorsgraad wegens schending van wetenschappelijke integriteit wordt bevestigd.