ECLI:NL:RVS:2024:4759
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig besluit huurtoeslag met toekenning vergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant liep in 2007 zwaar letsel op door een auto-ongeluk en ontving daarvoor een schadevergoeding van €50.000. Deze vergoeding had in 2013 nadelig effect op zijn huurtoeslag, waarna de Belastingdienst/Toeslagen (BT) een terugvordering van €3.087 oplegde. De rechtbank vernietigde dit besluit in 2016 wegens onvoldoende onderzoek door de BT.
Appellant verzocht vervolgens om schadevergoeding wegens het onrechtmatige besluit van 2015, maar de BT wees dit af. De rechtbank vernietigde dit afwijzingsbesluit, maar handhaafde de afwijzing van de schadevergoeding zelf. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de onrechtmatigheid van het besluit aan de BT moet worden toegerekend, maar dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gestelde immateriële en materiële schade daadwerkelijk door het besluit is veroorzaakt. Daarnaast wees de Raad van State het verzoek om schadevergoeding af, maar kende wel een vergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van bijna elf maanden in de bestuursrechtelijke procedure.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit wordt afgewezen, maar een vergoeding van €1.000 wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.