ECLI:NL:RVS:2024:3102
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nadeelcompensatie wegens bodemverontreiniging aangrenzende percelen
Appellant, eigenaar van een perceel in Utrecht, verzocht het college van burgemeester en wethouders om nadeelcompensatie vanwege waardevermindering van zijn onroerende zaak door bodemverontreiniging op aangrenzende percelen. Het college wees dit verzoek af omdat de verontreiniging niet tot spoedige sanering leidde en de schade volgens het college niet door het bestuursbesluit was veroorzaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant het causaal verband tussen het bestuursbesluit van 18 december 2013, waarin ernstige bodemverontreiniging werd vastgesteld maar geen spoedige sanering werd opgelegd, en de waardevermindering onvoldoende had aangetoond. Het taxatierapport vermeldde wel bodemverontreiniging, maar legde geen verband met het bestuursbesluit zelf.
Verder werd overwogen dat appellant het bewijsrisico droeg en niet slaagde in het aannemelijk maken van de schade als gevolg van het besluit. Ook het betoog dat de gemeente onrechtmatig handelde door niet te saneren werd niet door de bestuursrechter beoordeeld. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om nadeelcompensatie wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband.