ECLI:NL:HR:1999:AA3879
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor onrechtmatige aanhouding vergunningaanvraag en vergoeding kosten juridische bijstand
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Castricum en een inwoner die schadevergoeding vordert wegens onrechtmatig handelen van de gemeente. De gemeente had de beslissing op een aanvraag voor een aanlegvergunning aangehouden, wat volgens de rechtbank en het hof onrechtmatig was. De aanhouding was gebaseerd op een onjuiste uitleg van de wet.
De eiser stelde dat de gemeente aansprakelijk was voor de door hem geleden schade, waaronder inkomstenderving en kosten van juridische bijstand. De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van inkomstenderving af, maar oordeelde dat de gemeente aansprakelijk was voor overige schade en veroordeelde tot vergoeding van kosten van juridische bijstand.
Het hof bevestigde dat het primaire besluit onrechtmatig was en dat deze onrechtmatigheid aan de gemeente moest worden toegerekend. De Hoge Raad verwierp het beroep van de gemeente tegen deze overwegingen en bevestigde dat ook kosten van juridische bijstand in de bezwaarfase onder omstandigheden voor vergoeding in aanmerking komen. De Hoge Raad veroordeelde de gemeente tot betaling van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onrechtmatigheid van de aanhouding van de vergunningaanvraag door de gemeente en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de kosten van juridische bijstand.