ECLI:NL:RVS:2024:4345
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens niet in behandeling nemen
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 27 augustus 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 oktober 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarbij werd verwezen naar een eerdere uitspraak van 27 juni 2024 over het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het AIDA-rapport 2023.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken door voorzieningenrechter B. Meijer op 29 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.