Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 1 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublin-verordening, gezien een eerdere aanvraag in Bulgarije op 26 augustus 2024.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is vanwege de slechte opvang en het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen in Bulgarije, onderbouwd met het AIDA-rapport 2023 en eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam. De rechtbank stelde vast dat eiser procesbelang heeft ondanks zijn vertrek uit Nederland en dat het beroep ontvankelijk is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. Recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ondersteunt dit oordeel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.