ECLI:NL:RVS:2024:4288
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag overkomst naar Nederland onder speciale voorziening voor Afghaanse bewakers
Appellanten, Afghaanse staatsburgers die in Afghanistan verblijven, vroegen de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren op grond van een speciale voorziening voor voormalige bewakers van de Nederlandse krijgsmacht. De minister wees dit verzoek af omdat appellanten niet in de bij Defensie bekende database voorkwamen met meldingen of hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 waren ingediend.
De rechtbank vernietigde het besluit maar hield de rechtsgevolgen in stand, waarna appellanten hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister terecht vasthoudt aan de uiterste datum van 11 oktober 2021 als afbakening voor de speciale voorziening. Nieuwe hulpverzoeken na die datum vallen hier niet onder, ook niet als zij later alsnog worden ingediend.
Appellanten voerden aan dat zij gelijk behandeld moesten worden als anderen die na die datum werden overgebracht, maar de Afdeling verwierp dit op grond van vaste rechtspraak dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat een bestuursorgaan een ambtelijke fout herhaalt. Ook het betoog dat de afwijzing onevenredig is vanwege de gevaarlijke situatie in Afghanistan werd niet gevolgd, omdat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is en geen fundamentele rechten schendt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellanten niet onder de speciale voorziening vallen omdat hun hulpverzoek na 11 oktober 2021 is gedaan.