ECLI:NL:RVS:2024:5111
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- M. den Heyer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overkomst naar Nederland voor voormalige Afghan Security Guard bewaker
Appellanten, bestaande uit een Afghaanse bewaker die tussen 2007 en 2010 voor de Nederlandse krijgsmacht werkte, zijn in hoger beroep gegaan tegen de afwijzing van hun verzoek om overkomst naar Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees het verzoek af omdat appellant niet viel onder de speciale voorziening die alleen geldt voor personen die uiterlijk 11 oktober 2021 een hulpverzoek hadden ingediend en bekend waren bij Defensie.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het beleid, dat een uiterste datum stelt voor hulpverzoeken, niet onredelijk is gezien de beleidsruimte van de minister en de noodzaak van een duidelijke afbakening. De omstandigheden waaronder appellant zich na de uiterste datum meldde, vormen geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Appellanten voerden aan dat zij onterecht niet gelijk werden behandeld ten opzichte van andere ASG-bewakers die wel naar Nederland werden overgebracht. De minister heeft toegelicht dat die personen vóór de uiterste datum een verzoek indienden en dat hun situaties niet vergelijkbaar zijn. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt daarom.
De Raad van State concludeert dat de minister niet onrechtmatig heeft gehandeld door het verzoek af te wijzen en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verzoek om overkomst wordt bevestigd.