ECLI:NL:RVS:2024:3654
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens terroristische veroordelingen
De vreemdeling, geboren in Afghanistan en sinds 1999 Nederlander, is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap ontnomen wegens veroordelingen voor terroristische misdrijven. Op dezelfde dag werd een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod van twintig jaar opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde.
De vreemdeling voerde aan dat het terugkeerbesluit voorbarig was omdat de intrekking van zijn Nederlanderschap nog niet definitief was en dat hij geen actuele bedreiging meer vormde vanwege positieve ontwikkelingen. De Raad oordeelde dat het Nederlanderschap rechtsgeldig was ingetrokken en dat de vreemdeling daardoor een vreemdeling is onder de Vreemdelingenwet 2000. De minister had terecht het terugkeerbesluit genomen.
Verder concludeerde de Raad dat de minister voldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, mede gezien zijn veroordelingen voor voorbereidingen van terroristische aanslagen en het hoge recidiverisico. De door de vreemdeling aangevoerde positieve ontwikkelingen konden dit niet weerleggen.
Ook de stelling dat terugkeer naar Afghanistan onveilig zou zijn, werd verworpen omdat de vreemdeling zelf verklaarde uit te kijken naar zijn vertrek en plannen had om daar een winkel te openen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet het terugkeerbesluit en inreisverbod in stand.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod tegen de vreemdeling worden bevestigd vanwege zijn ernstige bedreiging voor de openbare orde.