ECLI:NL:RVS:2024:3349
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na niet-in behandeling nemen aanvraag
Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 augustus 2024 dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe juridische vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, mede omdat een soortgelijke rechtsvraag reeds eerder was beantwoord.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet veroordeeld tot het betalen van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.