Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de minister van Asiel en Migratie
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Is er sprake van een motiveringsgebrek?
.
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. De rechtbank heeft het beroep samen met de voorlopige voorziening op 3 februari 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een motiveringsgebrek in het besluit van de minister. De minister heeft de door eiser aangevoerde mishandeling in Bulgarije en de omstandigheden ter plaatse betrokken in zijn overwegingen, maar is tot een andere conclusie gekomen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije blijft volgens de rechtbank van toepassing, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en rapporten zoals het AIDA-rapport 2023.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van systeemgerelateerde tekortkomingen in het Bulgaarse asielsysteem die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. Ook zijn individuele omstandigheden, waaronder medische klachten, rechtvaardigen volgens de rechtbank geen vrijwillige behandeling van de aanvraag door Nederland. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister mag het besluit handhaven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.