ECLI:NL:RVS:2022:1207
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schadevergoeding bodemverontreiniging wegens onjuiste belangenafweging
De appellant is eigenaar van een perceel met bedrijfsbebouwing te Utrecht, grenzend aan percelen waarop ernstige bodemverontreiniging is vastgesteld. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde bij besluit van 18 december 2013 vast dat op de aangrenzende percelen ernstige verontreiniging aanwezig was, zonder dat spoedige sanering noodzakelijk was. De appellant diende in april 2018 een verzoek om schadevergoeding in, stellende dat de waardevermindering van zijn onroerende zaak het gevolg was van het besluit van het college en het nalaten van sanering.
Het college wees het verzoek af op grond van het ontbreken van een belangenafweging bij het oorspronkelijke besluit, waardoor nadeelcompensatie niet aan de orde zou zijn. De appellant betwistte dit en stelde dat het college wel beleidsvrijheid had en een belangenafweging had moeten maken. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte niet heeft onderzocht of schadevergoeding op grond van het algemene beginsel van gelijkheid voor de openbare lasten toekendbaar was.
De Afdeling vernietigde het besluit van 14 maart 2019 en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen, waarin het causale verband tussen het besluit en de schade, alsmede de bijzondere lastentoedeling, moet worden onderzocht. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen over het schadevergoedingsverzoek met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.