ECLI:NL:RVS:2024:1960
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- J.M.L. Niederer
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning uitbreiding varkenshouderij met centrale luchtwasser
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 2 februari 2021 een omgevingsvergunning aan een vergunninghoudster voor het bouwen en in werking hebben van een centrale luchtwasser en het houden van meer vleesvarkens en gespeende biggen aan twee locaties in Siebengewald. Appellant, wonende nabij de varkenshouderij, stelde beroep in tegen deze vergunning vanwege vermeende onvolledigheden in de ruimtelijke onderbouwing en zorgen over geurhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing, ondanks dat deze ten onrechte vermeldde dat de luchtwasser nog niet op de stallen zou worden aangesloten, voldoende was voor de beoordeling van de afwijkingen van het bestemmingsplan. De toename van emissies en veebezetting was reeds toegestaan op grond van het bestemmingsplan en behoefde geen nadere onderbouwing.
Daarnaast stelde appellant dat een milieueffectrapport (MER) had moeten worden opgesteld vanwege cumulatieve geurbelasting en gezondheidsrisico's. Het college had echter gemotiveerd dat de geurbelasting en fijnstofemissies afnamen ten opzichte van de eerdere vergunde situatie, waardoor geen MER noodzakelijk was. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard.