ECLI:NL:RVS:2020:3012
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- F.D. van Heijningen
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onlosmakelijke activiteiten luchtwasser
Het geschil betreft de bouw van een luchtwasser op een varkensbedrijf zonder volledige omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen (L) weigerde handhavend op te treden omdat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning was ingediend en een ontwerpvergunning ter inzage lag, waardoor concreet zicht op legalisatie bestond.
De rechtbank oordeelde dat de activiteiten bouwen en het afwijken van het bestemmingsplan niet onlosmakelijk verbonden zijn met het veranderen van de inrichting, waardoor een aparte vergunning voor dat laatste niet vereist was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat de bouw en het veranderen van de inrichting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat het college de aanvraag had moeten aanvullen.
Daarmee handelde het college in strijd met artikel 2.7 van de Wabo en artikel 4:5 van Pro de Awb. Het besluit tot vergunningverlening en het besluit op bezwaar zijn vernietigd. Het college moet een nieuw besluit nemen na aanvulling van de aanvraag. Tevens is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Het hoger beroep van appellant is gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de exploitante van het varkensbedrijf is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de luchtwasser wordt vernietigd wegens onlosmakelijke activiteiten die niet in één aanvraag zijn meegenomen, en het college moet een nieuw besluit nemen.