ECLI:NL:RVS:2024:1874
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schijnrelatie bij aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, vroeg om een verblijfsdocument als partner van een Poolse referent. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens een vermoeden van een schijnrelatie, wat de vreemdeling betwistte. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor een schijnrelatie. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de staatssecretaris voldoende indicatoren had om nader onderzoek te doen, waaronder het niet-rechtmatig verblijf en het grote leeftijdsverschil.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt rechtmatig verblijf te hebben en dat de staatssecretaris terecht een vermoeden van misbruik had. Klachten over het niet vooraf kenbaar maken van indicatoren en over de beoordeling van verklaringen faalden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.