ECLI:NL:RVS:2017:2434
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schijnrelatie bij aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris wees op 9 september 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank op 7 juli 2016 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond was.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling en zijn referent een daadwerkelijke relatie hadden of dat sprake was van een schijnrelatie met het oogmerk verblijfsrecht te verkrijgen. De staatssecretaris had aan tegenstrijdigheden in verklaringen over essentiële aspecten van de relatie zwaarder gewicht toegekend dan aan overeenkomsten.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit van de staatssecretaris ondeugdelijk was gemotiveerd. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris stand hield.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de aanvraag standhoudt.