ECLI:NL:RVS:2024:1461
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende studievoortgang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 13 april 2022 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een Chinese student in, omdat hij vanaf 1 september 2021 niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder voldoende studievoortgang. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) had de student afgemeld wegens onvoldoende studievoortgang. De student maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in bij de rechtbank, dat eveneens werd afgewezen.
In hoger beroep betoogde de student dat de RUG zijn studievertraging had verschoond en dat hij op het moment van het bezwaar een positief bindend studieadvies (BSA) had ontvangen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beoordeling van studievoortgang primair aan de onderwijsinstelling toekomt en dat de student tijdig bezwaar had moeten maken tegen het afmeldingsbesluit van de RUG. De latere positieve BSA wijzigde niets aan het feit dat de RUG de student per 1 september 2021 afmeldde.
De Afdeling bevestigde dat de intrekking niet in strijd is met de Studierichtlijn 2016/801/EU en het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. De bevoegdheid tot afmelding en intrekking ligt bij de onderwijsinstelling en de staatssecretaris respectievelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende studievoortgang wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.