ECLI:NL:RVS:2018:1425
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid studievoortgang bij intrekking verblijfsvergunning student
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris en de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag over de intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'studie'. De vergunning was met terugwerkende kracht ingetrokken vanwege onvoldoende studievoortgang, gemeld door de onderwijsinstelling als erkend referent.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat de staatssecretaris niet voldoende contact had opgenomen met de referent over medische informatie die de vreemdeling had overgelegd. De staatssecretaris stelde dat de referent de primaire verantwoordelijkheid draagt voor de beoordeling van studievoortgang en verschoonbaarheid van studievertraging, en dat hij niet verplicht was om nader contact te zoeken.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderschrijft deze stelling en wijst op de wettelijke en beleidsmatige kaders waarin de onderwijsinstelling als referent een centrale rol heeft bij het toezicht op studievoortgang en het melden van onvoldoende voortgang aan de IND. Tevens is voorzien in interne klachtenprocedures en sancties tegen referenten bij niet-naleving.
De medische informatie die de vreemdeling pas laat aanvoerde, was niet eerder aan de referent gemeld en ook niet via de voorgeschreven klachtenprocedures ingebracht. De staatssecretaris mocht daarom het besluit baseren op de afmelding van de referent. Het beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.