ECLI:NL:RVS:2024:1429
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.H. van Breda
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning vreemdeling en kinderen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde aanvragen om verblijfsvergunningen voor een vreemdeling en haar kinderen buiten behandeling of wees deze af. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde of de staatssecretaris een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt op grond van artikel 8 EVRM Pro over het privéleven van de vreemdeling en haar kinderen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de subjectieve belemmeringen voor gedwongen vertrek adequaat had betrokken en dat de belangen van de Nederlandse Staat terecht zwaarder waren gewogen dan het individuele belang van de vreemdeling en haar kinderen.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling en kinderen nooit een verblijfsrecht hadden gehad en dat het opgebouwde privéleven tijdens onrechtmatig verblijf geen bijzondere omstandigheden opleverde die een verblijfsvergunning rechtvaardigen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdeling en haar kinderen worden ongegrond verklaard.