ECLI:NL:RVS:2024:1375
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- J. Gundelach
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningplicht Bio Energie Centrale Cuijk onder Wet natuurbescherming
De zaak betreft de vraag of BECC voor haar exploitatie een natuurvergunning nodig heeft op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Leefmilieu en MOB verzochten handhaving tegen BECC wegens vermeende overtredingen, die het college afwees. De rechtbank vernietigde deze besluiten en oordeelde dat BECC wel een natuurvergunning nodig had. BECC en het college gingen in hoger beroep.
De Raad van State bevestigt dat in 2019 en 2021 een natuurvergunning nodig was, omdat BECC stikstofdepositie veroorzaakt op Natura 2000-gebieden met een referentiedatum 10 juni 1994, waarvoor geen toestemming bestond. De effectenanalyse die het college gebruikte was onvoldoende onderbouwd om significante gevolgen uit te sluiten. Echter, voor Natura 2000-gebieden met latere referentiedata (na 1998) zijn feitelijke emissies lager dan toegestaan, waardoor geen vergunning nodig is.
De Afdeling oordeelt dat voor de beoordeling van vergunningplicht de feitelijke emissies moeten worden vergeleken met de referentiesituatie uit 1998, niet de vergunde emissies uit latere vergunningen. De wijzigingen in bedrijfsvoering leiden niet tot hogere feitelijke emissies dan toegestaan. Het nadere besluit van het college handhaaft de afwijzing van handhavingsverzoeken, wat wordt bevestigd. De beroepen van Leefmilieu en MOB tegen dit besluit worden ongegrond verklaard en de procedure is daarmee beëindigd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart de hoger beroepen van BECC en het college ongegrond en bevestigt dat voor de exploitatie geen natuurvergunning nodig is op basis van feitelijke emissies.