ECLI:NL:RVS:2017:2873
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning uitbreiding varkenshouderij nabij Natura 2000-gebieden
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 21 maart 2016 een vergunning voor de uitbreiding en wijziging van een varkenshouderij nabij meerdere Natura 2000-gebieden in Nederland en België. De Vereniging Leefmilieu en Coöperatie Mobilisation for the Environment (Leefmilieu en Mob) maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de Raad van State.
Leefmilieu en Mob betoogden onder meer dat het college ten onrechte geen uniforme openbare voorbereidingsprocedure had toegepast en dat de vergunning ook betrekking zou hebben op buitenlandse Natura 2000-gebieden, waarvoor het college niet bevoegd zou zijn. Daarnaast voerden zij aan dat de ammoniakdepositieberekeningen onjuist waren omdat de uitgangssituatie verkeerd was vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht het niet toepassen van afdeling 3.4 van de Awb kon passeren omdat belanghebbenden niet zijn benadeeld. Voorts werd geoordeeld dat het college bevoegd was om ook de gevolgen voor nabijgelegen Belgische Natura 2000-gebieden te betrekken bij de beoordeling. Ten slotte werd het betoog over vervallen vergunningen verworpen omdat Leefmilieu en Mob onvoldoende feiten hadden aangevoerd om dit aannemelijk te maken.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de vergunning in stand. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor uitbreiding van de varkenshouderij nabij Natura 2000-gebieden wordt ongegrond verklaard.