ECLI:NL:RVS:2023:820
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving overkappingen terras Marie Heinekenplein bevestigd
De burgemeester van Amsterdam legde aan Exploitatiemaatschappij Marie Heineken B.V. een last onder dwangsom op om overkappingen op het terras aan het Marie Heinekenplein 33 te verwijderen, omdat deze in strijd waren met de vergunningvoorschriften die alleen stoelen, tafels, banken, vlonders, parasols en zijschotten toestaan.
De rechtbank oordeelde dat de overkappingen niet als parasols konden worden aangemerkt omdat zij niet eenvoudig verplaatsbaar waren, een bouwwerk vormden en te veel leken op luifels. Marie Heineken stelde in hoger beroep dat de burgemeester het begrip parasol te beperkt had uitgelegd en dat het vertrouwensbeginsel handhaving in de weg stond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De overkappingen waren niet draagbaar en eenvoudig verplaatsbaar zoals een parasol, en vormden een meer permanente constructie. De Afdeling vond dat er geen toezeggingen waren gedaan die het vertrouwen op handhaving uitsloten. Het belang van het voorkomen van precedentwerking en het algemeen belang rechtvaardigden het handhavend optreden.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de procedure ruim drie maanden te lang had geduurd, waardoor de Staat een schadevergoeding van €500 aan Marie Heineken moest betalen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tegen de overkappingen bevestigd, met een schadevergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding.