ECLI:NL:RBLIM:2024:4581
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten in voormalig hotel niet onrechtmatig
Eiseres, eigenaar van een voormalig hotel dat sinds 2004 wordt gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten, vroeg een omgevingsvergunning aan voor deze huisvesting. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas, wees de aanvraag af omdat het gebruik in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en het beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten. Eiseres stelde dat er sprake was van een vergunning van rechtswege en dat het huisvesten niet strijdig was met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat de brieven uit 2014 en 2015 geen aanvraag voor een vergunning vormden en dat er dus geen vergunning van rechtswege was verleend.
De rechtbank stelde vast dat het bestemmingsplan de functie 'hotel' toestaat voor nachtverblijf, ook met een zakelijk doel, maar dat permanente of tijdelijke bewoning en kamerverhuur niet zijn toegestaan. Het verblijf van arbeidsmigranten voor maximaal 18 maanden werd als tijdelijke bewoning gezien en daarmee in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank vond de weigering van de vergunning dan ook terecht en voldoende gemotiveerd, mede gelet op het beleid en de structuurvisie die het gebruik als huisvesting van arbeidsmigranten niet passend achten in het dorpscentrum.
Eiseres voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op eerdere communicatie waarin werd gesuggereerd dat geen vergunning nodig zou zijn. De rechtbank oordeelde dat hoewel de communicatie van een ambtenaar tot gerechtvaardigde verwachtingen kon leiden, zwaarder wegende belangen zoals het handhaven van het bestemmingsplan daaraan in de weg staan. Ook stelde de rechtbank vast dat eiseres geen schade of nadeel had ondervonden op basis van die verwachtingen. Ten slotte wees de rechtbank het beroep op schadeloosstelling af, omdat geen afspraken waren gemaakt over een permanente vergunning en de situatie niet planologisch was geregeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.