ECLI:NL:RVS:2023:4543
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel identiteit en nationaliteit
Appellant verzocht in 2012 om het Nederlanderschap, maar de staatssecretaris wees dit af vanwege onvoldoende zekerheid over zijn identiteit en nationaliteit. Diverse documenten werden onderzocht, waarbij het Bureau Documenten en recherche negatieve conclusies trokken over de echtheid van meerdere stukken. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf appellant gelijk, stellende dat de staatssecretaris het besluit niet op het BD-rapport mocht baseren en dat appellant voldoende was geïntegreerd.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat het BD-rapport als deskundigenadvies wel als grondslag mocht dienen en dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de hoge bewijsstandaard bij naturalisatie. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht het besluit baseerde op het BD-rapport en dat de rechtbank ten onrechte het integratieargument als grond voor naturalisatie gebruikte.
Appellant stelde ook dat geheimhouding van stukken zijn procesrecht schaadde en dat de rechtbank onterecht geen kostenvergoeding toekende voor een contra-expert. Deze bezwaren werden verworpen. Het incidenteel hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek blijft in stand.