ECLI:NL:RVS:2022:1541
Raad van State
- Hoger beroep
- P.H.A. Knol
- J.M.L. Niederer
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting en intrekking exploitatievergunning horeca-inrichting Utrecht
De burgemeester van Utrecht sloot op 15 maart 2019 de horeca-inrichting van appellant voor vijf weken vanwege schietincidenten waarbij ook de bovenliggende woning werd geraakt. Tevens werd de exploitatievergunning ingetrokken en een jaar geen nieuwe vergunning verleend. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit grotendeels vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank en voerde onder meer aan dat de rechtbank partijdig was, onvoldoende rechtsbescherming bood en dat de burgemeester onrechtmatig handelde door stukken achter te houden en niet tijdig op bezwaren te beslissen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag om de zaak naar een andere rechtbank te verwijzen en dat de beperkte kennisneming van geheime stukken conform de Awb was.
Verder werd geoordeeld dat de burgemeester terecht de exploitatievergunning introk en de horeca-inrichting sloot ter bescherming van de openbare orde en veiligheid. De stellingen van appellant dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur werden geschonden, faalden door gebrek aan onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.