ECLI:NL:RVS:2023:4269
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige intrekking vergoedingen advocatenpraktijk
Appellant, voormalig advocaat met een praktijk in Den Haag, vorderde schadevergoeding van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) wegens onrechtmatige intrekking van vergoedingen voor rechtsbijstand in 18 zaken. De intrekkingsbesluiten van 6 december 2016 werden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als onrechtmatig beoordeeld, maar het dossieronderzoek ter voorbereiding daarvan niet.
Appellant stelde dat de intrekkingsbesluiten en het dossieronderzoek hebben geleid tot inkomens- en reputatieschade, mede door de daaropvolgende tuchtrechtelijke maatregelen zoals schorsing en schrapping van het tableau. De rechtbank wees de vordering af wegens het ontbreken van een causaal verband tussen de intrekkingsbesluiten en de schade, aangezien de tuchtrechtelijke maatregelen ook zonder deze besluiten zouden zijn opgelegd.
De Raad van State overwoog dat het dossieronderzoek niet onrechtmatig was en dat appellant niet had aangetoond dat de schade het gevolg was van de intrekkingsbesluiten. De tuchtrechter hanteert een ander beoordelingskader dan de RvR en de deken, die zelfstandig besluiten nemen. Het verband tussen de intrekkingsbesluiten en de schade is te zwak om aansprakelijkheid van de RvR aan te nemen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De RvR hoeft geen schadevergoeding te betalen noch proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een causaal verband tussen de intrekkingsbesluiten en de gestelde schade.