ECLI:NL:RVS:2023:4366

Raad van State

Datum uitspraak
27 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
202307024/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 106 Vw 2000Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens ongeldige handtekening en toekenning schadevergoeding

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 27 oktober 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de elektronische handtekening op het bewaringbesluit niet rechtsgeldig was, waardoor de maatregel onrechtmatig was.

De rechtbank had ten onrechte een belangenafweging gemaakt, terwijl het ontbreken van een rechtsgeldige handtekening de rechtmatigheid van de maatregel direct aantast. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.

De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van € 2.630,00 over de periode van 27 oktober tot en met 21 november 2023. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.511,00 voor door een derde verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 27 november 2023 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.

Uitspraak

202307024/1/V3.
Datum uitspraak: 27 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 14 november 2023 in zaak nr. NL23.34427 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 14 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.B.J. Strooij, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De vreemdeling is op 27 oktober 2023 in bewaring gesteld krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. De rechtbank heeft ambtshalve vastgesteld dat er een foutmelding verschijnt bij de verificatie van de elektronische handtekening op deze maatregel. Ook heeft zij vastgesteld dat de staatssecretaris er met het door hem overgelegde stuk niet in is geslaagd alsnog aannemelijk te maken dat de maatregel wel degelijk rechtsgeldig is ondertekend.
2.       In zijn eerste grief klaagt de vreemdeling terecht dat de rechtbank vervolgens ten onrechte een belangenafweging heeft gemaakt. Voor zo’n belangenafweging is in dit geval namelijk geen plaats, omdat het ontbreken van een rechtsgeldige handtekening de rechtmatigheid van de maatregel direct aantast. De Afdeling wijst in dit kader op haar uitspraken van 17 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3825, onder 1, en 2 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4066, onder 4.
De grief slaagt.
3.       Omdat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig is, bestaat voor ambtshalve toetsing geen aanleiding. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het is niet nodig wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd te bespreken. Het beroep is gegrond. Omdat de maatregel van bewaring al is opgeheven, is een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling heeft wel recht op schadevergoeding (artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000). Deze vergoeding wordt daarom aan de vreemdeling toegekend. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats
’s-Hertogenbosch, van 14 november 2023 in zaak nr. NL23.34427;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.     kent aan de vreemdeling een vergoeding toe van € 2.630,00, over de
periode van 27 oktober 2023 tot en met 21 november 2023, ten laste van de Staat der Nederlanden, te betalen door de griffier van de Raad van State;
V.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.511,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. D.A. Verburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Steendijk
voorzitter
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2023
644-1073