ECLI:NL:RVS:2023:3286
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens bescherming in Denemarken zonder risico op indirect refoulement
De vreemdeling, met de Syrische nationaliteit uit de regio Tartous, vroeg om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris verklaarde zijn aanvraag niet-ontvankelijk omdat hij sinds 2016 internationale bescherming geniet in Denemarken, waar hij zijn status elke twee jaar moet verlengen.
De vreemdeling stelde dat hij een reëel risico loopt op indirect refoulement, omdat Denemarken een ander beschermingsbeleid voert en zijn verblijfsstatus mogelijk intrekt, waardoor hij zou worden uitgezet naar Syrië. De rechtbank wees dit beroep af, en de vreemdeling ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat het Deense beschermingsbeleid inmiddels is gewijzigd en niet langer evident en fundamenteel verschilt van het Nederlandse beleid. De Deense autoriteiten beoordelen individuele omstandigheden en herbeoordelen verblijfsstatussen niet zonder meer. De vreemdeling slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt op indirect refoulement.
Daarom bevestigde de Raad van State het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.