ECLI:NL:RBDHA:2023:21405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Syrische nationaliteit, heeft op 14 juni 2023 in Nederland asiel aangevraagd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Nederland heeft een verzoek tot terugname ingediend bij Oostenrijk, dat dit verzoek heeft geaccepteerd.
Eiser betwist dat hij in Oostenrijk asiel heeft aangevraagd en stelt dat zijn vingerafdrukken onrechtmatig zijn afgenomen. De rechtbank oordeelt dat verweerder mag afgaan op het Eurodac-systeem en dat eiser geen tegenbewijs heeft geleverd. Daarnaast faalt het beroep op verschil in beschermingsbeleid tussen Oostenrijk en Nederland omdat eiser geen concrete informatie overlegt.
Verder is het beroep gericht op familiebanden in Nederland en het EVRM-artikel 8. De rechtbank stelt dat verweerder terecht geen gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag naar zich toe te trekken. De Dublinprocedure richt zich op de verantwoordelijke lidstaat en niet op het verkrijgen van verblijf op grond van familiebanden.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.