ECLI:NL:RVS:2023:2205
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onderbroken samenwoning met Nederlandse echtgenoot
Appellante, gehuwd met een Nederlandse staatsburger, diende een verzoek tot naturalisatie in. De staatssecretaris wees dit af omdat zij niet onafgebroken samenwoonde met haar echtgenoot, die tijdelijk in Kenia verbleef om voor haar vader te zorgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Appellante voerde aan dat de onderbreking van samenwoning het gevolg was van overmacht en verwees naar rapporten over de kinderopvangtoeslagaffaire voor een ruimere interpretatie van de menselijke maat.
De Afdeling oordeelde dat de wettelijke eis van onafgebroken samenwoning strikt geldt en dat de staatssecretaris terecht de periode van ruim vier maanden als substantieel heeft aangemerkt. Ook de bijzondere omstandigheden en humanitaire belangen boden geen grond voor afwijking van de wettelijke vereisten.
Daarnaast werd het betoog dat appellante niet is gehoord tijdens bezwaar verworpen, omdat zij in de beroepsfase voldoende gelegenheid had om te reageren. De afwijzing van het verzoek tot naturalisatie blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot naturalisatie wordt afgewezen vanwege het niet onafgebroken samenwonen met de Nederlandse echtgenoot.