Uitspraak
200804889/1/V6), moet de in artikel 8, tweede lid, van de RWN opgenomen eis van drie jaar huwelijk en samenwoning met een Nederlander, aldus worden verstaan dat zowel op het tijdstip van indiening van het verzoek als op het moment dat een besluit wordt genomen hieraan dient te zijn voldaan. Voorts volgt uit de Handleiding, zoals de Afdeling in voormelde uitspraak eveneens heeft overwogen, dat de betrokken verzoeker de samenwoning dient te bewijzen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellante] niet heeft aangetoond dat zij na 12 juli 2007 onafgebroken met de echtgenoot heeft samengewoond, reeds omdat zij hiertoe geen stukken heeft overgelegd. Op welke stukken [appellante] doelt in haar betoog dat uit alle door haar overgelegde informatie blijkt dat er met betrekking tot het samenwonen na 12 juli 2007 niets was veranderd, heeft zij niet duidelijk kunnen maken. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellante] niet in aanmerking kwam voor de vrijstelling van artikel 8, tweede lid, van de RWN.