ECLI:NL:RVS:2022:82
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- E. Steendijk
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestemmingsplan Oud-West 2018 met beroepen over planregels en herzieningen
De raad van de gemeente Amsterdam stelde op 7 november 2019 het bestemmingsplan Oud-West 2018 vast, een conserverend plan dat het juridisch-planologisch regime voor de wijk actualiseert. Diverse partijen, waaronder Kess Corporation, Rochdale, en anderen, stelden beroep in tegen het plan en de daaropvolgende herzieningen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen op 19 oktober 2021.
Kess Corporation behaalde geen inhoudelijk resultaat omdat de 1e herziening haar doel bereikte; haar beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard. [Appellant sub 2] en anderen wilden wonen op de begane grond toestaan, maar de Afdeling vond dat de raad dit op basis van gemeentelijk beleid terecht had geweigerd en oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden.
Rochdale stelde dat bestaande bebouwing en woonmogelijkheden onterecht niet waren bestemd, en dat vergunningvrij bouwen onterecht werd beperkt. De Afdeling constateerde gebreken en gaf de raad opdracht deze te herstellen. Het beroep van [appellant sub 4] over de bestemming van stroken grond en stalling werd ongegrond verklaard. De CV en andere voerden aan dat hun bouwplan onterecht niet in het plan was ingepast; de Afdeling oordeelde dat de raad onzorgvuldig had gehandeld en vernietigde het betreffende plandeel.
De Beleggingsmaatschappij wilde wonen op haar perceel realiseren, maar de Afdeling vond dat de raad terecht de bestemming had vastgesteld gezien het ontbreken van een concreet plan en de onherroepelijke weigering van vergunning. De Afdeling legde de raad op de geconstateerde gebreken binnen termijnen te herstellen en wees proceskosten toe aan diverse appellanten.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt een deel van het bestemmingsplan en draagt de raad op binnen zesentwintig weken geconstateerde gebreken te herstellen.