ECLI:NL:RVS:2022:433
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewijsmaatstaf identiteit en nationaliteit vreemdeling bij beroep op Chavez-Vilchez-arrest
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling gegrond verklaarde tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan. De vreemdeling, moeder van drie minderjarige Nederlandse kinderen, beroept zich op het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie EU, dat betrekking heeft op het bewijs van identiteit en nationaliteit bij het verblijfsrecht.
De staatssecretaris stelde dat de rechtbank ten onrechte het bewijs niet volgens de vrije bewijsleer had getoetst en dat de vreemdeling eerst aannemelijk had moeten maken dat zij in bewijsnood verkeerde. De Afdeling overweegt dat de vreemdeling niet verplicht is een geldig identiteitsbewijs te overleggen indien zij haar identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig kan aantonen met andere middelen, waaronder verklaringen.
De Afdeling constateert dat de staatssecretaris niet alle door de vreemdeling aangedragen bewijsstukken afzonderlijk en in onderlinge samenhang heeft beoordeeld, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek. De rechtbank heeft dit terecht vastgesteld en de uitspraak wordt bevestigd met verbetering van de gronden. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en moet opnieuw op het bezwaar beslissen met inachtneming van het juiste beoordelingskader.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.