ECLI:NL:RVS:2022:3799
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-in- behandeling- neming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 27 oktober 2022 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden, mede omdat de kwestie reeds eerder was behandeld in een uitspraak van 26 november 2021.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 16 december 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet-in-behandeling-nemen van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.