ECLI:NL:RVS:2022:3578
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De vreemdeling heeft bij besluit van 8 juni 2020 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, dat beide ongegrond werden verklaard. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
In de tussentijd heeft de staatssecretaris bij een nieuw besluit van 7 juli 2022 de mvv-aanvraag alsnog ingewilligd. Hierdoor heeft de vreemdeling bereikt wat zij met het hoger beroep beoogde. De Raad van State overweegt dat dit het procesbelang van het hoger beroep wegneemt, waardoor het niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Daarnaast wordt beoordeeld of de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten moet worden veroordeeld. Dit wordt afgewezen omdat de mvv is verleend in een andere procedure en er geen aanleiding is voor proceskostenvergoeding. Het hoger beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de mvv inmiddels is verleend en het procesbelang is vervallen.