ECLI:NL:RVS:2023:3590
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen belang na schadevergoeding bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 1 juli 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit op 14 juli 2023 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure bood de staatssecretaris op 10 juli 2023 aan de bewaring op te heffen en een schadevergoeding aan te bieden vanwege de onrechtmatigheid van de bewaring vanaf 8 juli 2023. Dit aanbod werd schriftelijk bevestigd op 25 juli 2023. De vreemdeling klaagde echter dat hij geen schriftelijk aanbod had ontvangen en dat hij niet wist vanaf welke datum de bewaring onrechtmatig was.
De Afdeling oordeelde dat met het aanbod het doel van het hoger beroep was bereikt en dat de vreemdeling daardoor onvoldoende belang had bij een inhoudelijke beoordeling. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten omdat het late aanbod tot schadevergoeding het belang van het hoger beroep had doen vervallen, waardoor het hoger beroep onnodig was ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.