ECLI:NL:RBNNE:2026:1498
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over Woo-verzoek en doorzending aan ministerie
Eiser diende op 19 april 2024 een Woo-verzoek in bij de gemeente Leeuwarden met betrekking tot informatie over de waterzorgheffing 2024. De heffingsambtenaar verstrekte gedeeltelijk informatie en wees een deel af. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar niet tijdig op het bezwaar had beslist en het Woo-verzoek niet tijdig had doorgezonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieverplichtingen had voldaan door te verwijzen naar openbaar toegankelijke documenten op de gemeentelijke website. Het beroep tegen het niet verstrekken van informatie werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd geoordeeld dat het niet doorzenden van het Woo-verzoek aan het ministerie in strijd was met artikel 4.2 van de Woo, waardoor het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond was verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd een dwangsom van €1.127,- toegekend wegens de overschrijding van de beslistermijn. Eiser kreeg daarnaast vergoeding van griffierecht en proceskosten. Een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn van twee jaar niet was overschreden.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en een dwangsom van €1.127,- toegekend wegens niet tijdig beslissen.