Uitspraak
Datum uitspraak: 15 juni 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een omgevingsvergunning voor het herbouwen en verhogen van een aanbouw aan zijn pand. Het college weigerde het verzoek te behandelen omdat het bouwplan deels betrekking had op het perceel van de buren en zij geen toestemming gaven, waardoor volgens het college geen sprake was van een aanvraag en appellant geen belanghebbende was.
Appellant maakte bezwaar tegen deze brief en stelde dat het college wel een besluit moest nemen. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens het niet-tijdig nemen van een besluit. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het college verplicht is een besluit te nemen op het bezwaar, ook als het bezwaar niet tegen een besluit is gericht. Het college heeft onterecht het verzoek buiten behandeling gelaten en het niet tijdig nemen van een besluit moet worden vernietigd. De Afdeling draagt het college op binnen zes weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij niet-naleving.
Daarnaast worden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend. De twee nadere beroepen wegens niet-tijdig nemen van een besluit zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen procesbelang meer heeft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college opgedragen alsnog binnen zes weken te beslissen op het bezwaar.