Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [partij A] waarmee hij de producties 1 – 4 in het geding brengt,
Rechtbank Overijssel
Partij A verzocht de gemeente handhavend op te treden tegen het gebruik van het trottoir door een restaurant. De gemeente wees dit verzoek af wegens niet-ontvankelijkheid, omdat partij A volgens haar geen belanghebbende is in de zin van de Awb. Partij A startte een civiele procedure met vorderingen tot handhaving en schadevergoeding, gebaseerd op een onrechtmatige daad.
De gemeente stelde dat de kantonrechter niet bevoegd was, omdat bezwaar en beroep openstonden bij de bestuursrechter. De kantonrechter oordeelde bevoegd te zijn, maar verklaarde partij A niet-ontvankelijk omdat hij geen bezwaar had ingediend. De civiele rechter is een restrechter en behandelt dergelijke geschillen alleen als er geen adequate bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat.
Partij A werd verwezen naar het college van burgemeester en wethouders om alsnog bezwaar in te dienen. De kantonrechter compenseerde de proceskosten tussen partijen, omdat de gemeente ten onrechte had gesteld dat geen bezwaar mogelijk was. De vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen wegens het ontbreken van belang.
Uitkomst: Partij A wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en verwezen naar het indienen van bezwaar bij het college.