ECLI:NL:RBDHA:2022:4554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens betalingsonmacht en hoorplichtschending
Eiser, een Italiaanse gemeenschapsonderdaan, werd door verweerder het verblijfsrecht ontzegd omdat hij geen duurzaam verblijfsrecht had opgebouwd en niet als werkzoekende kon worden aangemerkt na 2015. Verweerder stelde dat eiser sinds 2018 geen werknemer meer was en geen rechtmatig verblijf had. Eiser voerde aan dat hij wel duurzaam verblijfsrecht had en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet als werkzoekende werd erkend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat het duurzaam verblijfsrecht door een afwezigheid van meer dan twee jaar uit Nederland was verloren gegaan en dat eiser geen verblijfsrecht had als werkzoekende. Wel werd vastgesteld dat verweerder de hoorplicht had geschonden door eiser niet te horen over de belangenafweging in het kader van verwijdering, terwijl eiser belangrijke persoonlijke omstandigheden en langdurig verblijf in Nederland had aangevoerd.
Omdat verweerder bij een later besluit het rechtmatig verblijf van eiser had vastgesteld, was verwijdering niet meer aan de orde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens schending van de hoorplicht, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Eiser werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het primaire besluit dat het verblijfsrecht beëindigde is vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiser inmiddels rechtmatig verblijf heeft.