ECLI:NL:RBDHA:2022:292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending hoorplicht bij afwijzing verblijfsvergunning regulier
Eiser, een Palestijnse vreemdeling uit Gaza, is sinds 2014 in Nederland en gehuwd met een Syrische vrouw met asielstatus; samen hebben zij drie in Nederland geboren kinderen. Verweerder wees de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met het belang van het gezinsleven en dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. De rechtbank oordeelde dat verweerder eiser had moeten horen, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en een zorgvuldige belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro vereist.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen acht weken opnieuw te beslissen, waarbij eiser eerst moet worden gehoord. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en het bestreden besluit wordt vernietigd.