ECLI:NL:RVS:2021:645
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten mvv-aanvragen wegens onvoldoende motivering afgeleid verblijfsrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde bij besluit van 14 juni 2018 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor de vreemdeling buiten behandeling en wees de aanvraag voor haar minderjarige kind af. Later werden bezwaren deels gegrond verklaard, maar de mvv-aanvragen alsnog geweigerd omdat referent, op wiens verblijfsrecht de vreemdeling zich baseerde, inmiddels meerderjarig was geworden.
De vreemdeling voerde aan dat zij en haar minderjarige kind op het moment van de aanvraag nog in aanmerking kwamen voor een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro en dat dit recht niet automatisch vervalt bij meerderjarigheid van de referent, mede op basis van beleidsregels en het EU-recht. De rechtbank volgde de staatssecretaris, maar de Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende duidelijkheid had verschaft over het bestaan en de gevolgen van het afgeleid verblijfsrecht ten tijde van het primaire besluit en de besluiten op bezwaar.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een ex nunc-beoordeling in bezwaar een beoordeling van het rechtmatig verblijf op het moment van het primaire besluit uitsloot. Nationale procedurevoorschriften mogen de werking van artikel 20 VWEU Pro niet beperken. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 30 augustus 2018, en gelastte nieuwe besluiten op bezwaar. Tevens werd de proceskostenvergoeding aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en nieuwe besluiten op bezwaar gelast.