ECLI:NL:RVS:2021:2885
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging omgevingsvergunning bouw woningen Deurne
Het college van burgemeester en wethouders van Deurne verleende op 13 oktober 2017 een omgevingsvergunning aan verzoekster voor het bouwen en gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van tien woningen met berging. Na diverse procedures vernietigde de rechtbank Oost-Brabant op 27 juli 2021 de besluiten van 20 augustus 2019 waarin deze vergunning opnieuw was verleend.
Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waarmee zij beoogde de uitspraak van de rechtbank te schorsen zodat de vergunning zou herleven. Zij voerde aan dat de bouwkosten sterk waren gestegen en dat vertraging de financiële uitvoerbaarheid van het project ernstig bedreigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende is voor een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een financiële noodsituatie. Verzoekster erkende dat een dergelijke noodsituatie niet aan de orde was, hoewel de kostenstijging aanzienlijk is. Er was geen aanleiding voor onverwijlde spoed en dus geen spoedeisend belang.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 22 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vernietiging van de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.