ECLI:NL:RVS:2021:2505
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid bestuursdwang bij verkeerd aanbieden afvalstoffen in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 2 januari 2021 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een platgemaakte doos te verwijderen die de vulopening van een ondergrondse papiercontainer blokkeerde. De kosten van deze bestuursdwang, €125, werden aan appellante in rekening gebracht omdat haar naam en adres op het adreslabel van de doos stonden.
Appellante betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat haar huisgenoot de doos in de vulopening heeft achtergelaten. Zij voert aan dat het college ten onrechte zowel aan haar als aan haar huisgenoot een boete heeft opgelegd en dat het college het verkeerde besluit heeft ingetrokken. Tevens wijst zij op structurele problemen met overvolle containers.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de verantwoordelijkheid voor het juist aanbieden van afval bij burgers ligt, ook als containers vol zijn. Het college mag aannemen dat degene van wie het afval afkomstig is, ook de overtreder is, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellante heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij niet de overtreder is. Daarnaast betreft het aan haar huisgenoot gerichte besluit een andere overtreding en is het ingetrokken besluit terecht ingetrokken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot kostenoplegging voor spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.