ECLI:NL:RVS:2023:4029
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuursdwang en kostenoplegging voor onjuist aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 12 december 2022 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een aangewezen inzamelvoorziening was aangetroffen. De doos droeg een adreslabel met gegevens van appellante, haar zoon en een andere persoon. Het college stelde dat appellante verantwoordelijk was voor het onjuist aanbieden van de afvalstoffen, omdat de doos deels buiten de container stak, wat in strijd is met de Afvalstoffenverordening 2010.
Appellante voerde aan dat zij de doos in de container had geplaatst en vermoedde dat iemand anders de doos eruit had gehaald. Zij stelde dat er onvoldoende bewijs was voor haar verantwoordelijkheid en dat de gemeente een zorgplicht heeft om afvalstromen te stroomlijnen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het niet gaat om de frequentie van het legen van containers, maar om de rechtmatigheid van de bestuursdwang en kostenoplegging.
De Afdeling stelde dat appellante de doos niet op de juiste wijze had aangeboden, omdat deze deels uit de container stak, wat niet is toegestaan. Hierdoor heeft zij het risico genomen dat de doos verkeerd ter inzameling werd aangeboden. De Afdeling concludeerde dat appellante terecht als overtreder is aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestuursdwangbesluit en de kostenoplegging wordt ongegrond verklaard.