ECLI:NL:RVS:2021:2116
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en compensatie van planschade na bestemmingsplanwijziging in Zuidplas
In deze zaak draait het om de tegemoetkoming in planschade die [appellante sub 2], exploitant van een glastuinbouwbedrijf in Zevenhuizen, heeft geleden door het nieuwe bestemmingsplan Zuidplas Noord en het wijzigingsplan Intratuin Bredeweg. Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas kende haar in 2015 een tegemoetkoming in natura toe, maar het herstelplan werd niet binnen de gestelde termijn vastgesteld.
De rechtbank Den Haag kende in 2019 een geldelijke schadevergoeding van €600.000 toe, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak gedeeltelijk. Zij oordeelt dat het college ten tijde van het besluit op bezwaar bevoegd was om de schade in natura te compenseren en dat het college niet gebonden was aan de door de rechtbank aangenomen termijn. De Afdeling wijst erop dat compensatie in natura mogelijk is zolang het herzieningsplan nog niet onherroepelijk is.
Het herzieningsplan van oktober 2018 herstelt de agrarische bestemming deels, maar het college moet een nieuw besluit nemen met advies van een deskundige om de schade nauwkeurig vast te stellen. Tevens wordt het college veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten aan [appellante sub 2].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het besluit van 12 november 2020 vernietigd, en het college moet een nieuw besluit nemen; tevens wordt een schadevergoeding van €2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.