ECLI:NL:RVS:2023:2698
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- E.J. Daalder
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan Valkenswaard
Appellant diende een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering van zijn percelen door het nieuwe bestemmingsplan Valkenswaard met een dubbelbestemming Waterstaat-Waterbergingsgebied.
Het college kende compensatie in natura toe door het vervallen van de dubbelbestemming, maar de rechtbank vernietigde dit besluit omdat de dubbelbestemming volgens haar geen definitieve planologische bepaling was en het college niet bevoegd was tot toekenning.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld over de bevoegdheid van het college en dat de voorlopige voorziening geen definitieve oorzaak van schade is. Wel is het besluit van het college in strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen genomen omdat onzekerheid over compensatie in natura onvoldoende is ondervangen.
Het besluit van 18 mei 2021, waarbij de tegemoetkoming werd ingetrokken, wordt vernietigd wegens schending van het rechtszekerheidsbeginsel en verbod op reformatio in peius. De Afdeling treedt zelf in de zaak en herroept het besluit over compensatie in natura, bevestigt de geldelijke vergoeding van € 5.050,00 met rente en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het college moet € 5.050,00 met rente betalen en compensatie in natura vervalt wegens ontbreken van planologische verslechtering.